Referentiefuncties Slagersbedrijf

Functiecategorie

Functieschaal

Leidinggevend


Chef ambachtelijke slager II

Context

De chef ambachtelijk slager II komt voor in (de winkels van) ambachtelijke slagerijen. De chef ambachtelijk slager II is als ambachtelijk slager degene die de dagelijkse gang van zaken in de slagerijwinkel leidt. Hiertoe stuurt hij medewerkers in de winkel hiërarchisch aan, opent en sluit hij de winkel en de kassa. Namens de eigenaar/ondernemer zorgt hij voor de uitvoering van acties. De eigenaar/ondernemer heeft de algehele leiding (op afstand) en zorgt voor algemene zaken zoals financieel beheer, personeelsplanning en -beleid, afspraken met leveranciers, inkoop, en dergelijke. De chef ambachtelijk slager II is daarmee vooral meewerkend en gericht op de operationele voortgang. Hij zorgt voor de beschikbaarheid van materialen en middelen en heeft een duidelijke rol in het verbeteren/optimaliseren van dienstverlening en (werk)processen.

De (niveau-)verschillen tussen de chef ambachtelijk slager I en II worden aanvullend samengevat in de NOK-bijlage.

Organisatie

  • Direct leidinggevende: vakinhoudelijk leidinggevende
  • Geeft leiding aan: 4 - 10 medewerkers (hiërarchisch)
Resultaat­gebieden Kerntaken Resultaatindicatoren
Operatio­nele voortgang
  • realiseren van de uit te voeren werkzaamheden, hiertoe maken van een planning;
  • toewijzen van werkzaamheden aan medewerkers, geven van aanwijzingen/instructies;
  • toezien op de voortgang en uitvoeringskwaliteit van werkzaamheden, indien nodig bijsturen en/of stellen van prioriteiten;
  • toezien op naleving van de voorschriften en werkmethoden;
  • zelf meewerken in de uitvoering en daarbij geven van voorbeeldgedrag;
  • vastleggen van informatie in systeem (uren, verbruiken, etc.);
  • openen van winkel en kassa aan begin van de werkdag, sluiten van winkel en kas
  • realisatie werkzaamheden;
  • duidelijkheid instructies;
  • juiste afwegingen/prioriteiten;
  • volgens voorschriften;
  • juiste, tijdige en volledige vastlegging informatie;
  • juist en tijdig opgemerkte knelpunten.
Voorraad­beheer
  • doen van voorraadopnames, inschatten van te verwachten afzet, opstellen van bestellijsten;
  • doorgeven van bestellingen aan vaste leveranciers;
  • aan de hand van inkoopspecificatie (laten) controleren van inkomende grondstoffen (wel of niet voorbewerkt) op vastgestelde aspecten (aantal, gewicht, classificatie, geur, kleur, kwaliteit, temperatuur, etc.);
  • afstemmen van opgemerkte afwijkingen, terugsturen van foutieve goederen;
  • (laten) opslaan van goederen in daarvoor bestemde ruimte (zoals koelcel of diepvries).
  • beschikbaarheid voorraden;
  • tijdig doorgeven bestellingen;
  • volgens procedure;
  • kwaliteit controle;
  • juiste en tijdige actie op opgemerkte afwijkingen;
  • juiste opslag.
Verwerking grond­stoffen en portio­nering
  • omrekenen van productieaantallen naar benodigde grond- en hulpstoffen;
  • verzamelen en eventueel afwegen van benodigde grond- en hulpstoffen;
  • bewerken van (wel of niet voorbewerkt) vlees tot verkoopklare producten door onder meer:
    • uitbenen van karkassen;
    • afsnijden, ontbenen, ontvliezen, etc. van technische delen;
    • mengen en afstoppen van worsten;
    • marineren, koken, garen, etc. van producten;
  • vastleggen en verantwoorden van verbruikte hoeveelheden;
  • (laten) verpakken van halffabricaten/eindproducten;
  • voor bestellingen/klanten portioneren van verwerkt vlees in gewenste ‘hoeveelheden’.
  • volgens fifo-methode;
  • volgens recept;
  • volgens planning/instructie;
  • volgens voorschriften (HACCP, veiligheid, en dergelijke);
  • kwaliteit verrichte werkzaamheden;
  • volgens kwaliteitscriteria;
  • juiste en tijdige verantwoording;
  • verbruikte hoeveelheid (verspilling);
  • volgens klantwens/ portionering.
Verkoop­onder­steuning en advies
  • (laten) zorgen voor een juiste presentatie van artikelen, prijzen en dergelijke en het voor klanten aantrekkelijk houden van de winkel;
  • (laten) zorgen voor voldoende voorraad in de winkel, (laten) bijvullen van schappen en toonbank;
  • (laten) zorgen voor de presentatie en uitvoering van acties;
  • beantwoorden van klantvragen (bijv. over producteigenschappen, bewaarwijze, bereidingswijze).
  • tijdig gevulde schappen/toonbank;
  • volgens voorschriften (onder meer instructie, werkmethoden, HACCP en presentatie);
  • klanttevredenheid.
Opruim- en schoon­maak­werkzaam­heden
  • (laten) schoonmaken van de werkomgeving en gebruikte apparatuur en opmerken van bijzonderheden/mankementen;
  • (laten) afvoeren van afval.
  • volgens planning/rooster;
  • volgens (veiligheids)voorschriften.
Input voor optima­lisatie
  • opmerken van knelpunten in de bedrijfsvoering;
  • doen van voorstellen voor lokale acties, aanschaf van apparatuur en verbetering van werkprocessen;
  • na goedkeuring uitwerken en doorvoeren van verbeteringen in de bedrijfsvoering op aanwijzing van de leidinggevende.
  • aantal voorstellen;
  • kwaliteit van voorstellen in termen van:
    • haalbaarheid;
    • aantal overgenomen ideeën.
Personeels­beheer
  • regelen van verlof;
  • mede selecteren van nieuwe medewerkers;
  • zorg dragen voor het (laten) opleiden/inwerken van nieuwe medewerkers;
  • voeren van functionerings- en beoordelingsgesprekken.
  • motivatie en inzet medewerkers;
  • (kortdurend) verzuim;
  • effectiviteit/efficiency van de personeelsinzet;
  • beschikbaarheid vereiste competenties.

Bezwarende omstandigheden

  • Krachtsinspanning bij het tillen en verplaatsen van grondstoffen/halffabricaten.
  • Lopend en staand, vooral werk op dezelfde plek.
  • Soms hinder van kou door het werken in gekoelde ruimten en van machinegeluiden/achtergrondlawaai.
  • Kans op letsel door het hanteren van messen, bedienen van hulpapparatuur en uitglijden over (natte/vette) vloer.

Functie-indeling - Niveau Onderscheidende Kenmerken (NOK)

Chef ambachtelijk slager I Chef ambachtelijk slager II
Kenmerken filiaal
  • 1 tot 6 (parttime) medewerkers.
  • (Eind)verantwoordelijk leidinggevende is regelmatig fysiek aanwezig en te allen tijde bereikbaar.
  • 4 tot 10 (parttime) medewerkers.
  • Leidinggevende is ten minste beschikbaar voor vragen.
Aard van leidinggeven
  • Functioneel.
  • Hiërarchisch.
Klanten
  • Met name particuliere klanten.
  • Particuliere en enkele zakelijke (vaste) klanten.
Assortiment
  • Normale assortiment.
  • Af en toe worden catering-activiteiten uitgevoerd.
  • Normale assortiment.
  • Catering is een permanent en belangrijk deel van de bedrijfsactiviteiten.
Vrijheidsgraden
  • Besluiten die afwijken van het normale proces worden in principe genomen door de leidinggevende. De chef ambachtelijk slager I werkt volgens regels en voorschriften. Er staat vast wat, wanneer en hoe gedaan moet worden.
  • Besluiten die de chef ambachtelijk slager II zelfstandig neemt zijn te nemen op basis van eerdere situaties of bestaande afspraken. Bij twijfel of onduidelijkheid kan worden teruggevallen op de leidinggevende.
  • De chef ambachtelijk slager I heeft enigszins invloed op het bedrijfsresultaat door optimale service en klantenbinding.
  • De leidinggevende neemt alle niet-reguliere besluiten. De chef ambachtelijk slager II werkt volgens richtlijnen.
  • In normale situaties en bij terugkerende problemen neemt de chef ambachtelijk slager II zelfstandig besluiten, die hij achteraf terugkoppelt aan de leidinggevende. Alleen bij ingrijpende afwijkende situaties wordt teruggevallen op de leidinggevende.
  • De chef ambachtelijk slager II heeft direct invloed op de bedrijfsresultaten door invloed op out-of-pocket kosten, formatie-inzet en efficiënte bestelling.
  • De chef ambachtelijk slager II denkt actief mee over en geeft inbreng voor verbetering/optimalisatie van de dienstverlening en (werk)processen. Hij draagt op basis van eigen ervaringen oplossingen aan voor knelpunten en problemen.
Zwaartepunt functie
  • De chef ambachtelijk slager I is de meewerkend voorman. Hij richt zich vooral op de operationele aansturing (dagelijkse coördinatie, planning, aansturing personeel) en de voorbereiding (openen en sluiten van het filiaal, bestellingen).
  • Denkt op verzoek met de leidinggevende mee over lokale promotie-acties, aanschaf van apparatuur, en dergelijke.
  • Idem chef ambachtelijk slager I + een formele gezagsrelatie naar de medewerkers en is leidend in de beoordeling van medewerkers.
  • Wordt door de leidinggevende formeel betrokken in de discussie over de verbetering van de bedrijfsprocessen, aanschaf van apparatuur en lokale promotie-acties.