Referentiefuncties Slagersbedrijf

Functiecategorie

Functieschaal

Leidinggevend


Teamleider I

Context

De teamleider I komt vooral voor in industriële slagerijen waar hij (een deel van) de slagerij of een afdeling aanstuurt (meerdere lijnen met dezelfde bewerking of één complexe lijn). Hij is als vaktechnisch/functioneel leidinggevende van ca. 5 medewerkers verantwoordelijk voor de operationele voortgang van het productieproces en de daarvoor benodigde mensen en middelen. De aandacht van de teamleider I ligt vooral op meewerken.

De (niveau-)verschillen tussen de teamleider I en II worden aanvullend samengevat in de NOK-bijlage.

Organisatie

  • Direct leidinggevende: vakinhoudelijk leidinggevende
  • Geeft leiding aan: ca. 5 medewerkers (vaktechnisch/functioneel)
Resultaat­gebieden Kerntaken Resultaatindicatoren
Operationele voortgang
  • toewijzen van werkzaamheden, geven van aanwijzingen/ instructies;
  • toezien op de voortgang en kwaliteit van uitvoering, bijsturen bij problemen en stellen van prioriteiten;
  • toezien op de naleving van de voorschriften en werkmethoden;
  • verzorgen van de afstemming met interne belanghebbenden;
  • zelf meewerken in de uitvoering en daarbij vertonen van voorbeeldgedrag.
  • volgens productienorm/realisatie planning;
  • duidelijkheid instructies;
  • juiste afwegingen/prioriteiten;
  • volgens voorschriften.
Beschikbaarheid middelen
  • toezien op het juist gebruik van inventaris/apparatuur en de directe omgeving, nemen van acties bij afwijkingen, storingen en dergelijke
  • intern (batchgewijs) afroepen van middelen (grond- en hulpstoffen).
  • tijdige beschikbaarheid middelen;
  • aard/omvang verstoringen in voortgang.
Input voor optimalisatie
  • vanuit de praktijk opmerken van knelpunten;
  • aandragen van verbetermogelijkheden in de operationele bedrijfsvoering richting de leidinggevende;
  • doorvoeren van aanpassingen in de lopende bedrijfsvoering.
  • juist en tijdig opgemerkt;
  • aantal overgenomen aanpassingen;
  • geïnformeerdheid toegewezen medewerkers;
  • behoud aanpassing.
Personeels­coördinatie
  • regelen van verlof
  • oplossen van verzuim;
  • inwerken / trainen van (nieuwe) medewerkers;
  • leveren van inbreng over functioneren van medewerkers.
  • beschikbaarheid personeel;
  • motivatie/inzet personeel;
  • bekwaamheid personeel;
  • (kortdurend) verzuim;
  • aantal overgenomen adviezen.
Administratie en vastlegging
  • vastleggen van informatie in een geautomatiseerd systeem (verbruiken, uren, etc.).
  • tijdige, juiste en volledige vastlegging van informatie.

Bezwarende omstandigheden

  • Incidenteel uitoefenen van kracht bij het uitvoeren van productiewerkzaamheden.
  • Hinder van geluid en temperatuurswisselingen.
  • Kans op letsel door in aanraking komen met bewegende of hete machinedelen.

Functie-indeling - Niveau Onderscheidende Kenmerken (NOK)

Teamleider I Teamleider II
Aandachtsgebied
  • Meerdere inpak- of productielijnen met dezelfde (be)werking.
  • Of:
  • Eén complexe geautomatiseerde inpak- of productielijn.
  • Meerdere inpak- of productielijnen met verschillende (be)werking.
  • Of:
  • Meerdere complexe geautomatiseerde inpak- of productielijnen.
Aard van leidinggeven
  • Vaktechnisch/functioneel leidinggeven aan ± 5 medewerkers (coördinerende rol).
  • Nadruk ligt op meewerken.
  • Hiërarchisch leidinggeven aan ± 10 medewerkers (leidinggevende rol).
  • Nadruk ligt op aansturen en meewerken waar nodig.
Vrijheidsgraden
  • Realiseren van de productiebatches binnen de vastgestelde volgorde en verdeling, gebruikmakend van de beschikbare middelen (personeel/materieel);
  • Aandacht is primair gericht op eigen team;
  • De teamleider I werkt volgens vastomlijnde regels en voorschriften. Hij weet wat, wanneer en hoe gedaan moet worden.
  • Besluiten die hij neemt kan hij nemen op basis van eerdere situaties of bestaande afspraken. Bij twijfel of onduidelijkheid valt hij terug op de leidinggevende.
  • Leveren van inbreng voor afdelingsplannen, deelprocessen en verbetering van de werkwijzen.
  • Idem I + aandacht voor de keten (collega-afdelingen) en leveranciers (bestelling).
  • Realiseren van dag-/ploegplanning op basis van een efficiënte en effectieve capaciteit- en personeelsinzet.
  • Indien zich problemen voordoen die al eerder aan de orde zijn geweest, neemt de teamleider II zelf een besluit en koppelt dat achteraf terug. Alleen bij duidelijk afwijkende situaties valt hij terug op de leidinggevende.
Verbetering
  • Opmerken en, na fiattering en uitwerking, invoeren van verbetermogelijkheden.
  • Idem I + doen van verbetervoorstellen (oplossingsrichtingen) en uitwerken van voorstellen.