Referentiefuncties Slagersbedrijf

Functiecategorie

Functieschaal

Leidinggevend


Verkoopmedewerker III

Context

De verkoopmedewerker III komt met name voor bij ambachtelijke slagerijen. De verkoopmedewerker III verkoopt slagerij- en aanvullende producten en beschikt over productkennis om klanten hierover te adviseren (bijv. bereidingswijze, producteigenschappen, bewaarwijze, alternatieven, herkomst). Hij portioneert zelf het vlees (kernassortiment, laag afbreukrisico), de vleeswaren en maaltijd(component)en. Ook draagt de verkoopmedewerker III zorg voor de juiste presentatie en beschikbaarheid van producten en bereidt hij volgens opdracht pan- en vlugklare producten en maaltijd(component)en. De verkoopmedewerker III kan de andere winkel-/verkoopmedewerkers begeleiden en aansturen en de winkel en kassa openen en sluiten.

De (niveau-)verschillen tussen de verkoopmedewerker I, II en III worden aanvullend samengevat in de NOK-bijlage.

Organisatie

  • Direct leidinggevende: vakinhoudelijk leidinggevende
  • Geeft leiding aan: niet van toepassing
Resultaat­gebieden Kerntaken Resultaatindicatoren
Verkoop en afrekening
  • opnemen van bestellingen;
  • beantwoorden van klantvragen (over bijvoorbeeld producteigenschappen, bewaarwijze, bereidingswijze, alternatieven, herkomst);
  • aanzetten van klanten tot aanvullende aankopen;
  • portioneren van vlees, snijden, bereiden (grillen, etc.), afwegen en/of verpakken van producten op basis van klantvraag;
  • aanslaan van codes of bedragen in de kassa en/of scannen van voorverpakte artikelen;
  • afrekenen van eindbedrag.
  • klanttevredenheid;
    • snelheid service;
    • wijze van benadering;
    • kwaliteit advies;
    • uitstraling winkel;
  • mate van beantwoording klantvragen;
  • gemiddelde bonwaarde;
  • verkoopomvang aanbiedingen;
  • omvang verspilling (bij portioneren);
  • correcte afrekening;
    • aantal/omvang kasverschillen;
  • volgens voorschriften (instructie, werkmethoden).
Verkoop­onder­steuning
  • zorgen voor een correcte presentatie van artikelen, prijzen en dergelijke en het voor klanten aantrekkelijk houden van de winkel;
  • zorgen voor voldoende voorraad in de winkel, bijvullen van schappen en toonbank;
  • opmaken van bestellingen, uitwerken van reclameacties en het inrichten van productuitstallingen, etalages en dergelijke.
  • tijdig gevulde schappen/toonbank;
  • volgens voorschriften (onder meer instructie, werkmethoden, HACCP en presentatie).
Aansturing, opening en afsluiting winkel en kassa
  • openen en/of sluiten van de winkel;
  • openen van de kassa aan het begin van de werkdag, afsluiten van de kassa bij einde dienst of werkdag;
  • tellen van ontvangen geld en opmaken van afrekenstaat;
  • controleren en opbergen/afstorten van geld op voorgeschreven wijze en verklaren van eventuele verschillen;
  • coördineren van de dagelijkse voortgang van werkzaamheden bij afwezigheid van de leidinggevende.
  • volgens procedure/voorschrift;
  • verklaarbaarheid kasverschillen;
  • tevredenheid medewerkers en leidinggevende over coördinatie.
Bereiding producten
  • klaarzetten van ingrediënten en hulpmiddelen;
  • volgens recept bereiden van eenvoudige en samengestelde pan- en vlugklare producten en maaltijd(component)en, hiertoe onder meer:
    • herrekenen en afwegen van benodigde ingrediënten;
    • wassen, snijden en portioneren van ingrediënten;
    • opbrengen en verdelen van vulling;
    • koken, bakken en braden van ingrediënten;
    • bijregelen bereiding naar eigen inzichten;
  • in toonbank of opslag wegzetten van producten die klaar zijn.
  • verbruikte hoeveelheden;
  • juiste hoeveelheden;
  • tevredenheid collega’s;
  • volgens voorschriften (onder meer instructie, werkmethoden, HACCP en presentatie).
Opruim- en schoon­maak­werkzaam­heden
  • opruimen en schoonmaken van werk-, opslag- en winkelruimte.
  • schone en opgeruimde winkel;
  • volgens voorschriften (onder meer instructie, werkmethoden, HACCP en presentatie).

Bezwarende omstandigheden

  • Krachtsinspanning bij het verplaatsen van (dozen) goederen en artikelen.
  • Lopend en staand werken en soms bukken/reiken bij het stapelen/wegzetten van artikelen.
  • Hinder van tocht bij het openen van de deur van de winkelruimte, koude bij het verplaatsen van producten/ingrediënten van/naar koelingen en warmte bij bereidingswerkzaamheden.
  • Kans op vingerletsel bij het hanteren van messen en bedienen van snijmachine.

Functie-indeling - Niveau Onderscheidende Kenmerken (NOK)

Verkoopmedewerker I Verkoopmedewerker II Verkoopmedewerker III
Verkoop en afrekening
  • Opnemen van bestellingen.
  • Aanzetten van klanten tot aanvullende aankopen
  • Snijden, bereiden (grillen, etc.), afwegen en/of verpakken van producten op basis van klantvraag.
  • Aanslaan van codes of bedragen en/of scannen van voorverpakte artikelen.
  • Afrekenen van eindbedrag.
  • Idem I +
  • Beantwoorden van klantvragen ( over bijv. producteigenschappen, bewaarwijze, bereidingswijze), raadplegen winkelslager bij moeilijkere vragen.
  • Idem I +
  • Volledig zelfstandig beantwoorden van klantvragen (over bijvoorbeeld producteigenschappen, bewaarwijze, bereidingswijze, alternatieven, herkomst).
  • Portioneren van vlees.
Verkoopondersteuning
  • Zorgen voor een juiste presentatie van artikelen, prijzen en dergelijke en het voor klanten aantrekkelijk houden van de winkel.
  • Zorgen voor voldoende voorraad in de winkel, bijvullen van schappen en toonbank.
  • Assisteren bij het opmaken van bestellingen, het uitwerken van reclameacties en het inrichten van productuitstallingen, etalages en dergelijke.
  • Idem I
  • Idem I +
  • Zelfstandig opmaken van bestellingen, uitwerken van reclameacties en het inrichten van productuitstallingen, etalages en dergelijke.
Aansturing, opening en afsluiting winkel en kassa
  • Niet van toepassing.
  • Niet van toepassing.
  • Openen en/of sluiten van de winkel.
  • Openen van de kassa aan het begin van de werkdag en afsluiten van de kassa bij einde dienst of werkdag.
  • Tellen van ontvangen geld en opmaken van afrekenstaat.
  • Controleren en opbergen/afstorten van geld op voorgeschreven wijze en verklaren van eventuele verschillen.
  • Coördineren van de dagelijkse voortgang van werkzaamheden bij afwezigheid van de leidinggevende.
Bereiding producten
  • Klaarzetten van ingrediënten en hulpmiddelen.
  • Volgens specificatie (exacte hoeveelheid ingrediënten) bereiden van eenvoudige pan- en vlugklare producten en maaltijd(component)en waarvoor enkele handelingen worden verricht, hiertoe onder meer:
    • afwegen van ingrediënten;
    • wassen, snijden van ingrediënten;
    • verdelen van vulling;
    • koken, bakken en braden van ingrediënten.
  • In toonbank of opslag wegzetten van producten die klaar zijn.
  • Idem I +
  • Volgens recept (herrekenen van te gebruiken ingrediënten op basis van te produceren hoeveelheid eindproduct).
  • Bereiden van eenvoudige pan- en vlugklare producten en maaltijd(component)en.
  • Idem II +
  • Bereiden van eenvoudige en samengestelde pan- en vlugklare producten en maaltijd(component)en.
  • Bijregelen bereiding naar eigen inzichten.
Opruim- en schoon-maakwerkzaamheden
  • Opruimen en schoonmaken van werk-, opslag- en winkelruimte.
  • Idem I
  • Idem I